Steven Wilson

Steven Wilson – To the bone.

En daar is alwéér een nieuw werk van Steven Wilson. Stug om de 2 jaar verschijnt er nieuw werk van deze alleskunner. Iedere keer óók, is het wennen als je een nieuw album op zet. De eerste keer heb je vaak van ‘hé, wat is dit nu?’, de tweede keer gevolgd door ‘okee’ (en dan de juiste okee) en de derde keer is het dan vaak midscheeps ‘oh ja! En oh, dat komt dan daarna’ en ‘Dat heb je óók nog!’).

Rust op het progcruiseschip.

De laatste jaren is er een soort rust in de muziek van Steven Wilson gekomen, die nergens gezapig wordt overigens. Back to the bone start met het titelnummer, met indringende mondharmonicasolo van Mark Feltham, die we nog kennen uit een – ver – verleden van Talk Talk. Back tot he bone zou Steven Wilson’s popplaat moeten zijn met ode aan bands waarmee hij opgroeide als Talk Talk, Peter Gabriel en Tears for Fears. Dat mag de recensenten zo zijn vooruit gesneld, maar ik hoor vooral heel, heel veel verschillende invloeden, meesterlijk gespeeld door Steven Wilson en een deels nieuwe band. Het einde van Back tot he bone heeft ook wel weer wat Porcupine Tree cruiseschip jaren 70 achtigs. Hetzelfde dromerige wat Porcupine Tree in rustige passages ook kon hebben. Gavin Harrison is onvervangbaar, maar Jeremy Stacey en Graig Blundell leveren puik drum- en percussiewerk af.
Nowhere now ademt eenzelfde beschouwende sfeer uit als de voorganger van To the bone, Hand. Cannot. Erase. Excelleren op de voorgaande albums vaak de bandleden individueel, op To the bone vormt de band meer een geheel. Bijzonder knap, aangezien de band deels vernieuwd is. En dat in korte tijd na de voorgaande, uitgebreide, wereldtournee.

Sirene.

Pariah snelde ons al in mei via o.a. YouTube vooruit als opwarmertje. ‘Tired of weakness, tired of my feet of clay’. Zijn we weer aanbeland op Fear of a blank planet? Qua tekst zou het nummer van die plaat kunnen zijn. De sirene van Ninet Tayeb contrasteren fraai met Wilson’s zang, een zang die vaak als wat vlak qua dynamiek en zwak wordt beschouwd maar daar is ondergetekende het absoluut niet mee eens. Zelden pasten een stem en de muziek zo bij elkaar.
En, wat zijn de beste albums ooit gemaakt? Die alleen maar sterker worden naarmate het album vordert..

 

Wilson Meets Led Zeppelin

The same asylum as before riep sfeertechnisch gelijk Walking into Clarksdale op van Robert Plant en Jimmy Page. Het nadrukkelijke drum/hiatt werk en de aparte gitaarpartijen en vervolgens het wat Kashmir achtige toetsenwerk verder op in het nummer zijn een volgende hoogtepunt. De muziek is ferm aanwezig maar schreeuwt niet meer zo, als wel op de eerste soloalbums kon zijn. ELO valt ook binnen als inspiratiebron bij het toetsenwerk. Maar eerst en vooral een soort Led Zeppelin als Led Zeppelin nu nog bestaan had. Zoals Porcupine Tree mij altijd deed denken aan Pink Floyd, als ze in het hier en nu, hadden bestaan. Alleen 20, 25 jaar later begonnen. As strange as it may sound..

Refuge gaat duidelijk over de vluchtelingencrisis. Het nummer begint wat onbestemd, totdat dezelfde swingende hihat drums en weergaloze mondharmonica van Mark Feltham invallen en Wilson daarbovenop met zijn gitaar excelleert. Episch. Het nummer eindigt klein, bijna alsof het het einde van een Steven Wilson album is. Maar gelukkig..
Permanating is het meest disco achtige/pop nummer wat Steven Wilson ooit maakte. Steven Wilson goes Mika? Het is het lichtste nummer op het album, ook een hoopvol nummer. ‘We get older, together’, ja de tijd schrijdt voort, maar we beleven hem samen. Het nummer is de enige wat vreemde eend in de bijt, die een half punt kost.
Blank tapes is weer vintage Wilson met alleen piano en stem, heel klein gehouden, laat zien waar Wilson toe in staat is. In twee minuten de essentie van een sterke song. Klein gehouden en een rustpunt voordat People who eat darkness uitbarst. Het volgende epische nummer. Het gaat over het hedendaagse terrorisme, waarbij die aardige buurman, enfin.. Qua felheid roept dit nummer de beste Porcupine Tree platen in gedachten, geen straf.
Claustrofobisch en helend.

Song of I roept de duistere sfeer van Peter Gabriel’s Up op. Het is een van de sterkste nummers van het album. Donker en claustrofobisch.
I gave up all the gambling
I gave up picking fights
I gave up saying sorry
I gave up being polite
I gave it up
I gave it all up
Alleen al dit nummer rechtvaardigt de aanschaf van dit album.
Detonation heeft ook weer wat Porcupine Tree achtigs. Porcupine Tree mag niet meer bestaan, maar Porcupine Tree komt altijd ergens wel terug in de soloalbums van Wilson. Bewust, of onbewust. Muzikaal wordt hier wederom een staalkaart afgeleverd. Alsof we weer in de jaren zeventig terug zijn. Soleren mag, een nummer mag dik 9 minuten duren.

Met Song of unborn sluit dit sterke afwisselende album af. Het is een nummer zoals we wel vaker van Wilson gehoord hebben, maar .. komt het nu door die stem? Ofwel: kan Steven Wilson nog stuk? Zou het erg zijn als Steven Wilson nooit meer een album uit brengt? Ja en nee. Nee, want, wat valt er nog aan het ongelooflijk rijke en sterke oeuvre toe te voegen? Of krijgen we wéér een verrassende plaat over twee jaar. Wat is het al véél, en wat mag je je rijk rekenen in deze tijd met deze muziek oud(er) te worden. Troostend waar nodig, opzwepend waar de stemming dat toe laat.
Foei, Steven Wilson, je hebt me weer een heel stuk beter doen gaan voelen deze week. Net op tijd voor de nakende herfst.
Recensie: Thomas Kamphuis *****

Ondergetekende heeft de reguliere cd in huis gehaald, wat hij daarmee mist op de bonus cd bij de Deluxe versie kan ik dus niet beoordelen. Wellicht komt die er ook nog van..