Nits

De Nits ontroeren (opnieuw), ontregelen en dwingen het oor en tijd tot stilstand.

Nits – Knot *****

Henk Hofstede, Rob Kloet en Robert Jan Stips hebben mij weer te pakken met Knot. Begon Angst niet ook zo? Je zet het album op en weet in het begin niet wat je ervan moet vinden. Eén nummer sprong er toen gelijk voor mij uit, Zündapp nach Oberheim. Daar omheen groeide al het daar voorafgaande aan elkaar vast als een onlosmakelijk, magnetisch geheel dat je dwong te luisteren van begin tot eind. De Nits: er is dan even niets anders dan de muziek en dat voelt zeer prettig en node in deze vluchtige tijden waar in we ons op steeds minder lijken te kunnen (willen?) concentreren. De Nits zetten de tijd stil op zo’n moment en dat is het mysterie van de Nits voor ondergetekende.

Gauw terug naar Knot. Nog meer dan bij Angst is verstilling in tekst en klankkleuren hier tot een divers maar aanvankelijk ondoorgrondelijk palet verweven. Net zoals bij Angst vergt Knot zeker 5, misschien wel 10 draaibeurten. Dit stellende, ben ik bij luisterbeurt 7 aanbeland.

Floydiaans

Ultramarine herbergt gelijk het beste van de Nits in zich: een weemoedige sfeerschets in een paar zinnen en wat Floydiaans aandoende toetsenpartijen zuigen je direct los van plaats en tijd. Tijdloze muziek die over honderd jaar nóg mooi is. Hier – en op heel Knot – valt op dat voor Rob en Robert-Jan een hoofdrol qua instrumentatie is, ingekleurd door Henk zijn stem en hier en daar effecten. De gitaar ontbreekt, en dat valt nergens op. The Delta Works hypnotiseert door een tegendraads (computer?) toetsengeluid. Het dromerige geluid valt als een dikke mist over een raadselachtige tekst waar verdwenen schilderijen in 1953 passeert en de straat van Henk zijn jeugd.

Afscheid van jeugd

Henk Hofstede zijn moeder overleed afgelopen voorjaar, en zij komt regelmatig in de teksten terug. The Concrete House, die zijn vader bouwde en hij voor de eerste keer binnen gaat na het overlijden van zijn moeder en een laatste keer. De indianentrom van Rob op het einde van The Concrete House voelt bijna als een laatste hartslag en allerlaatse afscheid van een jeugd, die ergens nooit eindigde, zonder dat je daar bij stil stond dat dit zo was. Dat dat opeens blijkt te stoppen is ontregelend. Misschien verwijst daar Knot ook wel naar, de onverwachte knoop die dit oplevert. Altijd konden we kind zijn bij onze ouders, voor hen bleven we altijd kinderen, getuige de stem op het einde van The Garden Centre: Henk zijn moeder (?) vraagt daar opeens naar zijn overhemden of het daar goed mee is gekomen en verontschuldigt zich omdat ze dat ‘gisteren vergeten’ was’. Konden we nog maar eens met onze moeder naar het tuincentrum. Het zijn die kleine herinneringen die blijven. Qua sfeer komt ook wel de laatste albums van Talk Talk een beetje om de hoek kijken in sommige nummers. Mark Hollis overleed tijdens het begin van de opnamen van Knot en heeft misschien ook een penseelstreek achtergelaten op het album.

IJle mist

The Blue Car neemt je mee naar een overgang in Knot qua sfeer. Henk zingt op een manier zoals ik hem nog nooit heb horen zingen: hoog, bijna voordragend. Als een ijle mist die je desondanks verwarmt. Meditatief. Machine Machine swingt met wederom een hoofdrol voor Rob en Robert-Jan. Henk laat op Knot zijn gitaar even links liggen en dat geeft het geheel een andere sfeer, niet direct in woorden te vangen. Dead rat ball ontregelt met een mysterieus begin. Daar door heen kruipt een wat Steely Dan achtige sound op een achternamiddag in een café tijdens het schemer uur. Of avond, nacht, zo u wil. Eén van de hoogtepunten op Knot.

Subtiele kleine thriller

The Electric Pond is voor mij het onbetwistbare hoogtepunt op Knot, wat Zündapp nach Oberheim op Angst was. Goeiedag zeg.. heren muzikanten all over de wereld: zó kun je dus ook nog experimenteren en spannend klinken op je eind zestigste, zeventigste! Menigeen qua muzikant schrijft dit soort hoogtepunten toch op jonge(re) leeftijd. De Nits zijn wat dit aan gaat onbederfelijk. Wat een juweel wat je hier bij de kladden grijpt. Een subtiele kleine thriller van het allerbeste soort. Wat een opbouw. Een absoluut hoogtepunt in het oeuvre van de Nits. Spannend, ongemakkelijk, dwingend, stuwend, op het enge af, meeslepend, dit nummer moet mee naar het onbewoonde eiland. Bravó, bravó, bravó! Kippevel en tranen van ontroering. Dit, en precies dit, is, waarom de Nits de beste band van Nederland is en altijd zal blijven. Sorry, dit moest er even uit.

Even over de teksten: die komen slechts langzaam tot me, het is de muziek waar ik al zoveel aan heb en beleef.
Une Petite Alumette is even een luchtig(er) intermezzo. Een kleine tussenbriljant. Music Box with Ballerina is opnieuw een hoogtepunt op Knot. Sinister, raar, dreigend onder een bedrieglijk welluidend vernis. Circusachtig qua sfeer, raadselachtig qua tekst. ‘Levend begraven in een kist kloppend op het deksel’. Ik ben benieuwd wat Henk daar tijdens de live concerten voor toelichting op geeft. Henk zet een bijna duivelse stem op op driekwart van het nummer. Het nummer is meer een sfeerschets dan een duidelijke song maar dat maakt nu juist het mooiste van de Nits.
(Un)Happy Hologram is een wat onverwachte afsluiter van Knot maar ook weer zeer des Nits. Beetje Bike in Head-achtig. Duidelijk is dat je naast het album deze nummers ook live moet horen. Niet alleen omdat ze daar van enige toelichting worden voorzien, maar ze, net als bij Angst, nóg meer tot zijn recht komen.
De Nits worden niet alleen mooi oud, ze spelen nog alsof hun leven er van af hangt. Verdorie wat doet dit er toe. We zijn rijk in de tijd van de Nits te leven. Nog iedere dag.

Albumrecensie Thomas Kamphuis

Nits – Knot *****

Op NPO radio I gaf Henk Hofstede een mini concert en toelichting op hoe Knot ontstaan is:

https://www.nporadio1.nl/de-nieuws-bv/onderwerpen/520594-de-nits-toeren-met-nieuw-album-henk-hofstede-vertelt-en-treedt-live-op?fbclid=IwAR3OqYC6w7eLr1eOKXBuErjgPj9a4c6iA8583xBtIwAFCGYxxffVm6ZH6UU

Het album kan (ook) beluisterd worden hier:
https://www.youtube.com/results?search_query=nits+knot+